Opzij duwt me opzij

Opzij Natuurlijk wilde ik de nieuwe hoofdredacteur van Opzij worden. A long shot? Wellicht. Maar ik heb het geprobeerd. Lees hier mijn motivatie en oordeel zelf of ze me niet op z’n minst (LOL) voor een gesprek hadden moeten uitnodigen. You win some, you loose some.

Mijn motivatie

‘Het persoonlijke is politiek’ is een bekende feministische leuze, maar in mijn geval geldt ook: het persoonlijke is werk. In zeker zin kan je zeggen dat alles wat ik tot nu toe in mijn leven aan werk en persoonlijke ontwikkeling heb gedaan naar deze baan moest leiden.

Na mijn studie communicatiewetenschap aan de UvA groeide ik op in de bladen bij destijds Quote-media (inmiddels Hearst Magazines). Ik begon aan de commerciële kant en professionaliseerde samen met mijn team de marketing en business info richting de adverteerders van ELLE, Quote en andere tijdschriften. Later deed ik samen met oprichter Maarten van de Biggelaer business development en ontwikkelden we nieuwe bladconcepten.
Ondertussen kreeg ik een relatie met een beroemde en beruchte reclameman. Daardoor ging ik geloven dat werken bij een reclamebureau ultiem geluk zou brengen. De reclamewereld zou perfect bij mijn creatieve geest, strategisch inzicht en hang naar verandering en vernieuwing passen. Eenmaal werkend bij zo’n hip bureau ontdekte ik hoe oppervlakkig reclame maken is, maar ook dat de koningen in die wereld zelden koninginnen zijn. Echte creatieven bleken mannen te zijn en alles eromheen – inclusief ikzelf –was franje.

De ondernemer in mij stond op en samen met mijn vader en twee andere seniors startte ik op mijn 26e een trainingsbureau voor young professionals. Studeren is kennis vergaren, maar voor werk heb je vaardigheden nodig die je – in ieder geval in die tijd – nergens leerde, was mijn visie. Het was een relatief succes. Ik investeerde een flinke som geld dat ik kwijt raakte, maar leerde veel. Enthousiaste reacties op het dichten van een overduidelijk gat in de markt zijn nog geen garantie voor langdurig succes.
Genietend van het ondernemerschap besloot ik als zelfstandige verder te gaan, onder de naam Scrub the Mind, die ik tot op de dag van vandaag gebruik. Ik wilde als communicatie professional op een vrouwelijke manier tot nadenken aanzetten. Maar het was nog te vroeg.

Aangewakkerd door de internet bubble voelde ik me te onzeker om op eigen kracht verder te gaan en binnen een bedrijf en een team zou ik nog zoveel kunnen leren. Ik werd hoofd communicatie bij een grote apothekersorganisatie, een baan die me vooral aantrok vanwege de positie en de kans om leiding te geven aan een team. De organisatie kwam in zwaar weer en mijn positie werd belangrijker dan ik ooit had verwacht. Ik zat aan de directietafel, een jonge vrouw tussen oude mannen, en roerde me. Maar ze wilden niet luisteren en negeerden mijn adviezen om bijvoorbeeld de reputatieschade te minimaliseren. Althans, dat is mijn visie.
Als deze baan me iets leerde, was het: het moet anders. Ik moet dichter bij mijn gevoel blijven en ontdekken waar mijn talent en geluk in werken ligt. Bovendien, de wereld was anders dan ik altijd had gedacht. Tot dan toe was ik me niet bewust geweest van het feit dat ik een vrouw was en dat dit iets anders was dan een man zijn. Ik kon het allemaal nog niet goed plaatsen maar voelde dat ik op zoek moest naar antwoorden op deze voor mij belangrijke levensvragen (Wie ben ik? Wie ben ik als vrouw?) om verder te kunnen met mijn ambities.
Ik besloot opnieuw te gaan studeren: journalistiek (postdoc aan de school voor journalistiek) en vrouwenstudies aan de UvA. Inmiddels zwanger van mijn eerste kind zat ik met mijn dikke buik tussen de 18-jarigen in de collegebanken. Steeds meer raakte ik ervan overtuigd dat het ontbreken van de vrouwelijke opinie in de media, de reclame, het bedrijfsleven, de politiek mij niet meer zou loslaten. Dat ik daar iets mee moest. Ik was me ten diepste bewust geworden van de bredere context waarin ik ook als individuele vrouw tegen zoveel deuren was aangelopen. Tegelijkertijd wist ik ook, er moesten meer vrouwen zijn zoals ik, noem het ambitieus, aanwezig, hoorbaar. Misschien was ik inderdaad wel een feminist maar dan vooral een met een drang om verhalen te vertellen, om te schrijven.

In de afgelopen zeven jaar heb ik me volledig gestort op wat je zou kunnen noemen het feminisme 2.0, praktisch feminisme. Ik sloot me aan bij het blad Lof, schreef samen met een team van gedreven vrouwen het blad vol, zette een online platform op en ging samen met de oprichtster langs het Nederlandse bedrijfsleven om steun te vragen voor onze missie. Steun die gehoor vond bij de drang naar meer diversiteit binnen de corporates. Mijn drang om verhalen te vertellen werd verder aangewakkerd door socioloog Peter Cuyvers. Tijdens een bijeenkomst bij Women Inc. schetste hij helder waarom we als het gaat om de positie van vrouwen in Nederland zo achterlopen ten opzichte van andere Westerse landen. “Daar zou iemand eens een film over moeten maken.” Samen met een jongere gedreven moderne feministe pakte ik de handschoen op. We spraken beiden ons netwerk aan en het lukte ons om voldoende sponsoring te vinden voor een documentaire ‘Samen spelen samen delen’ over de combinatie van kinderen en carrière in Nederland en in Zweden. We zaten bij Goedemorgen Nederland, haalden alle regionale kranten, Radio 1 en hadden een geweldige première in Studio K in Amsterdam.

Sindsdien combineer ik mijn schrijfwerk met filmen. Ik maakte nog meer eigen producties waaronder een film waarin ik een dag drie tweeverdieners volgde (gefinancierd door Vodafone). Ik wilde een pilot maken om te verkopen aan een televisiezender. Het doel was zichtbaar maken hoe heftig het in Nederland met zo’n gebrekkige structuur is om kind en carrière te combineren. Maar ook hoe gaaf het is voor stellen om het desondanks toch samen te doen. Maar helaas: in TV-land bleek het geen onderwerp. Zoals directeur Erland Galjaart van RTL tegen me zei: “Mensen hebben geen medelijden met tweeverdieners die ervoor kiezen beiden te werken en kinderen te krijgen. Dat moeten ze zelf oplossen.”

De vrouwelijke opinie is al in opmars, daar heeft geen enkel individu echt invloed op. Maar de stroom die nu op gang komt, verdient absoluut een aanjagend, doorzettend, intelligent blad als Opzij. Juist omdat de (mannelijke) mediawereld nog altijd geneigd is om opzij te kijken. Ik vind het zeer dapper maar ook slim van Veen Media om deze kans te grijpen. De wereld, het bedrijfsleven, de politiek, de kunst, de wetenschap….overal doen vrouwen het beter en stromen ze in. De grote vergissing zou echter zijn te denken dat ze als van daaruit als vanzelf doorstromen. Natuurlijk er is – en daarvoor dankt mijn generatie zoveel aan de vorige – al heel veel bereikt. Maar we zijn er echt nog niet. Media die ondersteunen, in de spotlight zetten, laten zien welke geweldige vrouwen er zijn, wat ze doen, bezig houdt, hoe ze denken en hoe waardevol dat is, zullen een cruciale rol spelen in de versnelling.

Over twee maanden word ik veertig. Mijn twee kinderen zijn 8 jaar en 5 jaar en doen het goed. Ik heb een schat aan ervaring en ondernemingszin. Ik heb een netwerk in zowel het bedrijfsleven, de politiek, de mediawereld en ken ongeveer alle topvrouwen van Nederland. Mijn commerciële, communicatieve, media (bladen, film, online) en journalistieke kennis en ervaring kunnen of nee moeten nu samen komen. Bij voorkeur in een opdracht waar mijn talent, mediagenieke uitstraling en vrouwelijke kijk op wat er gebeurt in de wereld tot zijn recht komen. Als hoofdredacteur van Opzij zou ik richting gevend aan een redactioneel team, freelancers en marketeers aan die versnelling een substantiële bijdrage kunnen leveren. Vanuit positivisme, want het tij zit mee. Vrouwen zijn er al, we hoeven ‘alleen nog maar’ in het licht te stappen. Bovendien, ook de mannen met macht in de corporates voelen het aan hun water. Ze zien en waarderen vrouwelijk talent maar snappen vaak niet hoe ze dit het beste kunnen benutten. Opzij weet dat (straks) wel en het zou toch een ultiem gewaagd doel zijn om de CEO’s en managers van Nederland tot ‘ons’ abonneebestand te mogen rekenen.

Vanuit de bestaande waarde van het blad, vanuit het gelijkheidsprincipe, vanuit de kern van ‘het persoonlijke is politiek’, maar ook vanuit de wetenschap dat vrouwen en diversiteit de wereld veel te bieden hebben, blijft Opzij relevant in het tijdschriftenschap. Ook al zie ik wel degelijk de noodzaak de huidige kracht te versterken, vernieuwen, verjongen en multimediaal voor het voetlicht te brengen. Met een verfrissende witty tone of voice, voldoende value for money, eigen onderzoek, vrouwen met lef, eigen producties zoals film, events, netwerken, de machtige vrouwen lijst en de nodige culturele bagage zal Opzij de bestaande plek bevestigen en een nieuwe energie uitstralen.

Reacties

  1. Aukje zegt:

    Amen!

Laat wat van je horen

*

Spam protection by WP Captcha-Free